Oef, wat duurt het lang om weer bij te komen van de 'wandel' trail van afgelopen zondag.
Fysiek ben ik er wel weer bovenop. Trappenlopen, bukken, gaan zitten en weer opstaan: het gaat allemaal weer vrij soepel en zonder pijntjes. Maar psychisch heb ik blijkbaar meer tijd nodig. Want ik heb nog steeds geen zin om te lopen.
Ja, je leest het goed, geen zin!!!
Maandag niet gelopen, dinsdag niet, woensdag niet en vandaag ook niet. En nog steeds geen zin.
Waar ik wel zin in heb? Lekker lui op bed liggen, luisteren naar de in de tuin neerplenzende regen en het ruisen van de bomen in de wind. Chips eten en in 'De ultraloper 5' stoere loopverslagen lezen.
Mijn geest is in staking.
HEERLIJK.
Zondag 22 augustus 2010
Bon promenade!
Dat werd mij toegewenst door de dame die op het 19 km punt achter de tafel met bevoorrading zat. Toen ik het woord 'promenade' via een internetwoordenboek vertaalde naar het Nederlands, leverde dit onder andere het volgende op: uitstapje, excursie, mars, trektocht, wandeling, pleziertochtje, ommetje, voettocht, rondreis, expeditie.
Die mevrouw had het dus kennelijk goed begrepen: wat deze mensen, uitgerust met camelbacks, rugzakken en loopstokken aan het doen waren had niets met hardlopen te maken.
Maar: Pleziertochtje? Ommetje? Dat was het toch ook weer niet.
Nee, laten we het maar een pittige dagmars met hindernissen noemen, deze 50 kilometer lange 'Trail des Fantômes' in de dalen van de Ourthe bij La Roche.
De naam van deze expeditie is goed gekozen, want het spookte inderdaad. Hoe kan ik anders de 9 uur en 30 minuten verklaren die ik voor die 'luttele' 50 kilometers nodig heb gehad? Want ik heb toch echt wel doorgelopen. Maar goed, op de camping werd het pas om 2 uur 's nachts stil genoeg om te kunnen slapen; om kwart voor vijf schrok ik wakker omdat de wekker van mijn mobieltje het niet gedaan had; toen kwam ik er achter dat je op een camping voor je eigen WC papier moet zorgen; om 6 uur stond ik in het donker te bibberen op het koude dorpspleintje van la Roche; zodra we het dorp uit waren ging het recht omhoog en daarna recht omlaag en dat bleef zo; er moest zelfs onder een hoek van veertig graden een rotswand beklommen worden met als enig aangrijpingspunt een rammelende ijzeren ketting; de snelstromende Ourthe moest doorwaad worden, zonder houvast, over spekgladde keien in kniediep water; er zaten 2400 meters omhoog en natuurlijk evenzovele omlaag in die ronde van 50 kilometer; er lagen tientallen omgevallen boomstammen over het pad, dat bezaaid was met rotsblokken of armdikke boomwortels; één van mijn speciaal voor dit soort trails aangeschafte loopstokken brak al na 15 kilometer als een lucifershoutje af zodat ik met twee ongelijke exemplaren verder moest; mijn (te) vol gepropte rugzak viel drie keer spontaan open waarna ik de inhoud weer terug moest zien te vinden tussen varens en doornen; ik heb 27 foto's gemaakt (foto maken = stoppen, rugzak afgespen, fototoestel eruit, foto maken, toestel terug, slokje drinken, dropje eten, rugzak dicht, rugzak aangespen: ruim een minuut per foto oftewel in totaal 30 minuten artistieke bezigheid); ik heb twee meter boven de Ourthe langs een richeltje van 10 cm breed geschuifeld, me krampachtig aan een scheur in de rotswand vastgrijpend (na eerst 2 minuten hebben staan twijfelen of ik dit wel zou gaan durven); ik ben 20 minuten kwijtgeraakt doordat ik geen pijlen meer zag en, in de veronderstelling verdwaald te zijn, weer een heel stuk ben teruggelopen; van het begin af aan heb ik elke helling die die naam verdiende (en dat deden ze bijna allemaal) wandelend genomen. Want met je energie moet je zuinig zijn, zeker als het warm, drukkend en onweersachtig is.
Maar de beloning was een prachtige totaal-experience in de Ardense natuur. Dichterbij dan tijdens een trail als deze kan die niet komen. Het klimmen werd beloond met fantastische uitzichten, de doorkijkjes op de soms idyllisch murmelende, soms geruststellend ruisende, soms over watervallen en stroomversnellingen angstaanjagend bulderende Ourthe waren onvergetelijk. Hoe vermoeider je bent, hoe dieper de indrukken bij je naar binnen gaan.
Het was niet alleen vermoeidheid wat me langzaam deed gaan. Op een gegeven moment begon ik zó van deze bezigheid te genieten dat het mij niet lang genoeg kon duren. Waarom haasten en risico's lopen om zo snel mogelijk weer terug te zijn? Dat ik (bijna) als laatste op de Place du Bronze in La Roche terugkeerde betekende dat ik (bijna) het langst van al dit moois heb kunnen genieten. En dat is toch ook een mooie prijs, zeker als je bedenkt dat 25 van de dik 90 starters op de 50 km niet als finisher geregistreerd staan... Hebben die het spook ontmoet?
De zwaarste tocht van België, staat er op de site. Dat waag ik een beetje te betwijfelen. Olne-Spa-Olne bijvoorbeeld, in ijs en modder, doet er beslist niet voor onder. Maar als mijn verkrampte dijen en pijnlijke armen (ja, door die loopstokken!) voor zich mogen spreken, dan moet het zeker geen sinnecure geweest zijn, deze spookloop door de Ardennen.
Trail des Fantômes, La Roche-en-Ardennes
50 km, 2400 phm, 2400 nhm
9:30:00
Overall 50 km: 67 van 71
M50: 6 van 6
5,26 km/uur
11:24 min/km
Startnummer 9
Gisteren, vrijdag de 13e, heb ik de vakantie afgesloten met een extra lange duurloop.
Daarvoor heb ik gebruik gemaakt van de bewegwijzering van de lange afstands wandelroute LAW5-2, het 'Hollands Kustpad', welke deel uitmaakt van het Noordzeekustpad. Er bestaat een zeer uitvoerige website, waarmee men delen van de route kan plannen. De hele route is aangegeven met rood-witte vlaggetjes op paaltjes en hekken en boomstammen. Verder was ik gewapend met de 'Natuurkaart Zuid-Kennemerland' waarop het betreffende deel van de route goed staat aangegeven.
Om half elf ben ik van huis vertrokken. Ik had niet al te veel proviand en drinken mee omdat er op verschillende plaatsen langs de route voldoende horecagelegenheden zijn. De bedoeling was om het erg rustig aan te doen en rond een uur of 5 weer thuis te zijn. De geplande afstand was ongeveer vijftig kilometer. Het weer was goed, maar er werden buien met onweer verwacht.
Deel 1 van de route liep via Bloemendaal, Overveen, Middenduin (Visserpad), Wurmenveld en Kievietenvlak (Blinkertweg) Oost van Zandvoort langs naar de ingang van de Amsterdamse Waterleidingduinen bij Bentveld. Na 6 kilometer moest de Blinkert (25 m) beklommen worden. Boven zee waren prachtig opbollende wolkencomplexen te zien, maar waar ik liep scheen de zon. Na 10 km heb ik 10 minuten rust genomen en een Cappucino gedronken.
Deel 2 van de route slingerde gedurende 17 kilometer door de Waterleidingduinen via de Oase, Pannenland en de Zilk naar de strandopgang bij Langevelderslag. Op dit deel van de route passeerde ik de vele kanalen en plassen van het infiltratiegebied. Het eerste deel was bebost, het tweede deel bestond voornamelijk uit uitgestrekte kale vlakten. Uitgerekend daar begon het te regenen en hoorde ik de donder rommelen. Tijd om eens even de Buienradar op het mobieltje te raadplegen. Dat zag er geruststellend uit: er was sprake van een lange zuidwest-noordoost georienteerde buienlijn net landinwaarts van mijn positie, maar aan het strand was en bleef het droog. De zwaarste buien zouden ten oosten van mij langstrekken. En inderdaad, op een paar intensievere momenten na bleef het bij een beetje gemiezer. Vooral in de eerste helft van dit deel zat veel profiel. In Langevelderslag heb ik een kwartier in een strandtent doorgebracht met (foei!) een brrodje kroket, een AA en (weer) een Capuccino.
Deel 3 van de route bestond uit twaalf kilometer goed beloopbaar strand tussen Langevelderslag en Bloemendaal aan Zee. Het was, waarschijnlijk door het buïge weer net ten oosten van het strand, erg rustig. Toch was dit een pittig stuk en ter hoogte van Zandvoort begon ik de vermoeidheid in mijn benen te voelen. Omdat dit een trainingsloop was en er volgend weekend een pittige trail op het programma staat heb ik het oorspronkelijke plan om via Parnassia en de Kennemerduinen terug naar huis te lopen maar laten varen. In Bloemendaal aan Zee heb ik genoten van (de derde) koffie met appelgebak, ik denk dat ik daar bijna twintig minuten gezeten heb. Maar ach, we zouden het toch rustig aan doen?
Deel 4 van de route voerde mij langs de kortste weg (8 km) langs de Zeeweg en via Overveen weer terug naar huis. Oef, ik was toch best wel moe!
De totale lengte was ruim 48 kilometer waar ik bruto 6 en een half uur over gedaan heb. Als ik daar de rusttijden van af trek blijft er 5 uur en 45 minuten looptijd over. 8,35 km/uur. Lekker langzaam, dus missie geslaagd!
Mede door het langzame tempo bleek de impact gering te zijn, zodat ik vandaag (the day after) met mooi weer vrij probleemloos twee uur en een kwartier door de Kennemerduinen kon rennen. Maar ik moet toegeven, na deze 22 kilometer zat ik er toch wel een beetje doorheen. Ook weer niet zo heel verwonderlijk, na de bijna twaalf uur en 105 kilometers van deze week.
Dit soort zelfgeplande tochten geven veel voldoening en vormen een mooi alternatief voor de (dure!) uitstapjes naar verre streken. Dit kan altijd, met elk budget en met alle weersomstandigheden. Wat gedacht van een 'enkeltje' Haarlem-Den Haag CS langs het kustpad, of de lange, lange weg naar Den Helder?
In elk geval ben ik nu klaar voor de Trail des Fantomes in La Roche (50 km, 3000 hoogtemeters) volgend weekend!
Lange duurloop
48 km
6:30 bruto
5:45 netto
8,35 km/uur
Het mag een (bescheiden) 'PR' genoemd worden, want nog nooit heb ik 10 dagen achter elkaar getraind. Ach ja, het is vakantie...
Het kilometertotaal (171) is niet eens zo indrukwekkend, maar er zaten wel ruim 1500 hoogtemeters in.
Zo ziet het lijstje er uit:
Dinsdag 27 juli
ca. 11 kilometer
1:20
250 hoogtemeters
Kronenburger See, Eifel (Duitsland)
Woensdag 28 juli
ca. 9 kilometer
1:10
200 hoogtemeters
Kronenburger See, Eifel (Duitsland)
Donderdag 29 juli
ca. 9 kilometer
1:10
300 hoogtemeters
Kronenburger See, Eifel (Duitsland)
Vrijdag 30 juli
ca. 14 kilometer
1:30
20 hoogtemeters
Schoteroog en Hekslootpolder
Zaterdag 31 juli
ca. 30 kilometer
3:05
200 hoogtemeters
Kennemerduinen (Kraansvlak, strand Zandvoort-Parnassia, Parnassia-Bleek en Berg)
Zondag 1 augustus
ca. 12 kilometer
1:10
20 hoogtemeters
Schoteroog en langs Binnen Liede (Haarlem)
Maandag 2 augustus
ca. 10 kilometer
1:10
150 hoogtemeters
Kennemerduinen (Fartlek)
Dinsdag 3 augustus
ca. 50 kilometer
5:20 (incl. 15 min rust)
200 hoogtemeters
Gedeelte van het Noordzee Kustpad (Haarlem-Bloemendaal-Overveen-Bentveld-Waterleidingduinen-Oase-Strand Paal 69-Strand Zandvoort-Strand Bloemendaal aan Zee-Strand Parnassia-Kennemerduinen Bleek en Berg-Bloemendaal-Haarlem
Prachtige route door de Waterleidingduinen en 1 uur langs het strand
Woensdag 4 augustus
ca. 10 kilometer
1:00
50 hoogtemeters
Kennemerduinen (Fartlek)
Donderdag 5 augustus
ca. 16 kilometer
1:35
20 hoogtemeters
Schoteroog en rondje Binnen Liede en Mooie Nel (Haarlemmerliede, Spaarnwoude, Spaarndam)
Totaal:
171 km
1410 positieve hoogtemeters
8 uur 15 min
Zaterdag 17 juli 2010
Rondje Shakespeare en afscheid Kombijsport
Na het 'ultrageweld' van de afgelopen maanden was het eindelijk tijd om weer eens de klassieke afstand te lopen. De Midzomeravond marathon in Diever is pas mijn eerste marathon dit jaar!
Een bekende stek en een bekend rondje rondom het openluchttheater waar op zomeravonden de 'Midzomernachtsdroom' van Shakespeare wordt opgevoerd. Het was mooi weer, eindelijk eens niet zo warm en drukkend, perfect loopweer eigenlijk. Na de twee 100km’s in de afgelopen maand dacht ik dat deze ‘slechts’ 42,2 km wel zo voorbij zouden zijn, maar dat viel toch een beetje tegen. Het parcours is niet gemakkelijk door het vele valse plat en de smalle, door boomwortels doorkruiste bospaadjes. Ik moest behoorlijk mijn best doen om in 3:51:10 te finishen. Het was wel een ruime ‘negative split’ geworden, een teken dat ik er tijdens het lopen niet echt doorheen zat. Na afloop was ik behoorlijk knackered en daarom blij dat ik heerlijk op een B&B boerderij daar in de buurt kon overnachten (waar ik door onrustige spieren overigens de hele nacht geen oog dicht heb gedaan...).
Het Dieverse sfeertje is uniek en ik kan iedere marathonloper die dat nog niet gedaan heeft daarom van harte aanbevelen om er eens een in Diever te gaan lopen.
En dit was tevens mijn laatste loop die op de verslagenpagina van Kombijsport vermeld zal worden, want inmiddels heb ik mijn clubje in Badhoevedorp verlaten. Ik ga me (waarschijnlijk) aansluiten bij een nieuwe regionaal/landelijke vereniging die helemaal gericht is op marathon- en ultralopen (Marathon Plus). Daar zitten nog wat haken en ogen aan, vandaar dat ik er nog geen definitief besluit over genomen heb. De trainingen worden bijvoorbeeld in Deventer gehouden, en dat is toch een beetje ver van Haarlem... Ik zou mijn clubgenoten dan alleen bij wedstrijden of wellicht tijdens een trainingsweekend te zien krijgen. Aan zo'n lidmaatschap zijn natuurlijk ook verplichtingen verbonden, zoals het deelnemen aan bepaalde wedstrijden, het volgen van trainingsschema's, het bijhouden van trainingslogboeken, clubkleding enzovoorts. Maar het schept wel een kader in de wijde wereld van het ultralopen, waarbinnen je je resultaten kunt afmeten en ervaringen kunt delen met gelijkgestemden (een aantal leden heb ik bovendien al ontmoet bij het lopen en op CnR).
Die 'gelijkgestemdheid' was toch wel een beetje een probleem bij Kombij. Mijn trainster Els begreep wel waar ik mee bezig was, ze had zelf een keer een 100km loper begeleid. Een paar de collega-atleten hadden hun limiet bij de marathon gelegd; de meesten liepen veel kortere afstanden. Er was wel belangstelling, maar geen basis om te kunnen delen. Het is moeilijk om je ervaringen over te brengen bij iemand die nooit zelf een overeenkomstige beleving heeft gehad. Daardoor kwam ik een beetje eenzaam te staan en begon ik te vervreemden van de club.
Steeds minder liet ik mij bij de baantrainingen of de onderlinge wedstrijden zien; ik liep liever fartleks in de duinen of lange duurlopen in de polder. Toen ik bovendien moest constateren dat ik geen bijdrage meer kon (of wilde?) leveren aan het noodzakelijke vrijwillerswerk werd duidelijk dat het tijd werd om een keuze te maken.
Ik heb desalniettemin een leuke tijd gehad bij Kombij, waar ik in 2003 lid ben geworden. Door de trainingen ben ik (aanvankelijk) steeds harder en (later) ook steeds langer gaan lopen, wat resulteerde in (bijna) 1:30 op de halve en (alweer bijna) 3:30 op de hele marathon. Op de baan behoorde ik tot het op één na snelste trainingsgroepje. De trainers en trainsters die ik in die acht jaar heb gehad, met name Agnes en Els, zijn er in geslaagd om mijn loopstijl en efficiëntie een heel stuk te verbeteren. Mijn dank gaat daarvoor naar hen uit.
En nu is het dus time for change... Een snelle loper ben ik al lang niet meer (zo ik dat al ooit geweest ben), maar qua duurvermogen verkeer ik nog steeds in een stijgende lijn. De fartleks in de Kennemerduinen hebben me sterk gemaakt. Maar daarnaast zal er toch ook nog aan loopstijl en tempo gewerkt moeten blijven worden, al was het maar om naast de 'toeristische' landschapslopen en trails ook nog 6-uurs en 12-uurs lopen te kunnen doen met een 'leuk' resultaat. Dus toch maar aan de trainingsschema's van Marathon Plus?
Above and below the seasons pass by
All windsome delusions flicker, distant, and so far
Rustling leaves drift, where shallows streams linger,
Pathed with cobble stones...so smooth...
So smooth from the trickling flow of cleanliness.
I hear a soft breeze passing now.
The sounds mingles with that of perpetual beauty
But silently fades within the depths
Of a midsummer night's dream Shakespeare
Midzomeravond marathon Diever
42,2 km
3:51:10
25 van 52 overall
10,95 km/uur
5:28 min/km
Startnummer 459
Vrijdag 2 juli/ zaterdag 3 juli 2010
Een korte nacht en een warme dag (100km Ulm)
'Aus aktuellem Anlass möchten wir auf die Wetterbedingungen am Wochenende hinweisen. Es werden am Samstag Temperaturen bis zu 35 Grad und höher erwartet. Da der größte Teil des Wettkampfs in der Nacht, also auf jeden Fall zu normalen Temperaturen stattfindet, sehen wir keinen Anlass, die Veranstaltung abzusagen. Aber wir bitten alle Teilnehmer ausdrücklich darum, Ihre Gesundheit über das Laufziel am Wochenende zu stellen. Insbesondere Läufer/innen, die voraussichtlich länger als 12 Stunden für die 100 km benötigen werden, werden am Samstag auch noch zur Mittagszeit unterwegs sein. Bitte seien Sie vernünftig und brechen das Rennen ab, wenn die Hitze Ihnen zu sehr zu schaffen macht. Wir bieten die Möglichkeit, dass man bei einem Abbruch nach 50 oder nach 80 km auch in die Wertung kommt und damit eine Medaille und eine Urkunde erhält. Bitte prüfen Sie bei den Versorgungsstationen auf den letzten 30 Kilometern Ihren eigenen Zustand und bitte folgen Sie den Ratschlägen der Helfer an der Seite, wenn Ihnen jemand empfiehlt, das Rennen abzubrechen. Wir werden Sie zum Start/Ziel zurücktransportieren, wo sich ein Team vom Roten Kreuz um Ihre Gesundheit kümmert.'
Deze bemoedigende mail ontving ik een paar uur voordat ik met de nachtrein naar Ulm zou afreizen voor de 100 km lange 'Ulmer Laufnacht'. En dat in de wetenschap dat ik slecht tegen warmte kan. Ik moest denken aan Enschedé 2008 en Limburgs Zwaarste dit jaar, waarvan ik in beide gevallen op een stretcher onder het toeziend oog van de EHBO moest bijkomen van de hitte. ULM zou mijn eerste 100km landschapsloop zijn. De 12 uur van Den Haag, twee weken geleden, had het 'opwarmertje' oftewel de testcase moeten worden in de veilige entourage van een atletiekbaan. Alleen was het toen een frisse, zeg maar gewoon koude zomerdag, mede waardoor de gelopen afstand een dikke 104 km bedroeg. Door de koelte geen garantie voor een welslagen in Ulm, maar wel het eerste deel van het nogal gewaagde experiment om twee 100 km's binnen twee weken te gaan lopen.
De nachttrein Amsterdam-Ulm is een uitstekende en betaalbare verbinding, maar van slapen in de 'sleeperette', een soort slaapstoel, kwam niet veel terecht. Na mijn aankomst om 05.45 in Ulm ben ik maar in het gras langs de Donau gaan liggen, maar de mieren verhinderden opnieuw elke poging tot slaap. Om 12 uur kon ik inchecken in het hotel, alwaar ik 's middags een gezond tukje heb gedaan alvorens met de bus naar de startlocatie in het sportcomplex Bad Blauberg af te reizen, ongeveer 7 kilometer van Ulm. Daar kwam ik de drie andere Nederlanders tegen: Petra Domhof en Ernst-Jan en Renske Vermeulen. Het was er druk en gezellig, omdat er ook andere activiteiten gepland waren als onderdeel van de 'Lange Sportnacht' in Ulm-Blauberg, zoals de 'Lange Badenacht' in het zwembad, de luchtballonnen show en het vuurwerk.
Na de inschrijving om ca. 1900 en de pasta-party ben ik maar weer gaan liggen rusten in afwachting van de start die om 2300 plaats zou vinden. In de sporthal was er voor matrassen gezorgd, maar vanwege de enorme hitte lag iedereen buiten in het gras (en weer die mieren…). Om 2130 vond er een uitgebreide video-briefing plaats, waarna het tijd werd om me om te kleden en voor te bereiden op de start.
Die start was een show op zich. Op de atletiekbaan waren drie enorme luchtballonnen opgetuigd. Op de tonen van de muziek van Vangelis werden de branders ritmisch aan- en uitgezet, zodat de ballonnen beurtelings spectaculair oplichtten in de intredende duisternis. De start vond plaats onder de lichtflitsen van een knallend vuurwerk. De toeschouwers was gevraagd om ruim afstand te houden van het 'gevaarlijke' vuurwerk, maar de lopers moesten er vlak langs alvorens na een rondje de baan te verlaten als een lang lint van dansende 'Stirnlampen', de korte midzomernacht induikend voor een lange en zonder twijfel zware loop. Petra verdween al snel uit het zicht, met Renske en Ernst-Jan heb ik nog een tijdje samen opgelopen, daarna een tijdje stuivertje gewisseld waarna ik ook hen tenslotte voor me uit liet gaan. Ik was vastbesloten om het tempo voorlopig laag te houden en me ook niet te laten meesleuren door de 'Staffel' (estafettelopers).
Op 10 kilometer werd de top van de Hochsträss bereikt, een beboste heuvelrug en met 640 meter tevens het hoogste punt van de route. Het was helder weer en de sterren stonden overal om ons heen prachtig te fonkelen. Na een uurtje of twee kwam de afnemende halve maan als een grote rode lampion te voorschijn, die geleidelijk aan steeds helderder werd zodat zijn licht tenslotte weerkaatste op de zich in de dalen vormende grondmist en op de glooiende korenvelden. Een midzomernachtdroom. De hitte was verdreven en boven een zich in de dalen vormend laagje grondmist was de temperatuur gedaald tot een aangename 14 graden.
Om de circa 12 kilometer waren er estafettewisselplaatsen. Deze waren voorzien van een rijk assortiment drank en voedsel, waardoor we niets tekort kwamen. Halverwege daartussen bevonden zich posten met alleen water. In verband met de warmte waren bovendien vanaf 60 kilometer nog eens extra onbemande waterposten (zelfbediening) neergezet.
Vanaf de start in Blaustein liep de route zuidwaarts naar Erbach (20 km), alwaar we in het donker een rondje over de feestelijk verlichte atletiekbaan maakten. Daarna volgde het eerste stukje langs de in het donker murmelende Donau. In oostwaartse richting ging het verder richting Schloss Oberkirchberg (35 km) dat boven op een 520 m hoge heuvel lag. Het was nog steeds donker om ons heen, maar als je goed oplette kon je vanaf een uur of drie in het noordoosten de hemel al weer langzaam lichter zien worden.
Even steil als we omhooggeklommen waren moesten we ook weer afdalen naar het dal van de Iller, een zijriviertje van de Donau. Deze Iller volgden we totdat we op het 45 km punt de Donau zelf weer bereikten. Vlak daarvoor hadden we het nog steeds in duisternis gehulde binnenterrein van het grote kloostercomplex Wiblingen bezocht. Hoog boven onze hoofden sloeg een klok vier uur.
Nu volgde een lang en vlak stuk langs de Donau. Inmiddels was het alweer bijna licht geworden en werden we onthaald op een concert van ontwakende vogels in de bossen langs de oever. We passeerden Ulm via de 'stadsmuurpromenade'. De toren van de Ulmer Münster, serieus de hoogste kerktoren ter wereld (161,53 m), tekende zich in mooi silhouet af tegen de oranje gloed van de opkomende zon. Die mooie zon zou echter een paar uur later een wat minder idyllisch karakter krijgen.
Op de atletiekbaan van Ulm was het 50 km punt afgemeten. Als je hier stopte zou je toch in de uitslagenlijst worden opgenomen en een medaille krijgen. Maar daar was geen enkele reden voor, het ging prima. Ik heb er mijn eerste beker warme koffie van die dag genomen.
In Elchingen (60 km) moesten de zogenaamde 'Napoleonrampe' bedwingen. Een 'rampe' is Duits voor een hele steile helling. In dit geval 20 procent. Voor het eerst mocht er dus gewandeld worden. Dat werd beloond met een prachtig uitzicht over de Donauvallei vanaf het terras van het Kloster Oberelchingen met zijn karakteristieke witte kerkje.
Nu begonnen de kilometers te tellen en bovendien werd het steeds warmer. Veel natuurpaden dwars door de korenvelden, af en toe een dorpje of wat beschutting van een stukje bos. Op 80 kilometer was er weer een grote rustpost met 'uitstapmogelijkheid'.
En dat heb ik toen serieus overwogen. De zon was gaan branden en de temperatuur was al boven de 25 graden. Tachtig is toch ook een mooie afstand, zei het verleidelijke stemmetje in mij. Dat is ook zo, maar daarvoor was ik toch echt niet 9 uur in de nachttrein gaan zitten, zei ik. Ondanks dat had het stemmetje mij ervan weten te overtuigen dat nog 20 km bij 30C of hoger onverantwoord zou zijn. Ik liet bellen voor het busje naar de finish in Blauberg. 80 km in 9 uur 42. Mooi toch?
Maar het busje kwam maar niet opdagen. De ene na de andere loper kwam voorbij, klaagde over de hitte, hing wat rond… en ging gewoon weer verder. En sommigen zagen er toch echt niet meer zo best uit. Toen sloegen bij mij de stoppen door. Wat nou, uitstappen? Dát laat ik niet op me zitten. Ik bedankte voor het busje en ging verder, de mevrouw achter de tafel hoofdschuddend achterlatend.
Kilometer na kilometer zinderende hitte boven vaak onbeschutte witte kalkpaden. Met behulp van veel water, koffie(!), zout en magnesiumpoeder hield ik mezelf staande tot aan het 90 km punt. Daar werd ik echter plotseling misselijk en duizelig en moest ik in het gras gaan liggen. Gelukkig ontstond er geen paniek en met behulp van koud water op mijn hoofd en drie koppen warme (!) koffie met veel suiker stond ik weer snel fier rechtop. De laatste 10 km waren een (zachtgekookt) eitje. Ik kon nu gaan aftellen, want de organisatie was zo vriendelijk geweest om elke km een aanduiding neer te zetten. Op 95 km dook de weg naar beneden, het heerlijke, lieflijke, schaduwrijke Kiesental in. Het was gefikst. De finish op de atletiekbaan van Blaustein, na 12 uur en 48 minuten, met links en rechts van mij een Duitse mede-finisher gaf een triomfantelijk gevoel. Petra (10:29:10, 2e dame), Ernst-Jan en Renske (12:17) wachtten me op. Heel wijselijk heb ik het koude bier dat mij werd aangeboden maar afgeslagen en heb ik het gloeiende tartan zo snel mogelijk verlaten op zoek naar kleedkamer en douches.
Het herstel verliep snel en voorspoedig, maar het bier heb ik bewaard om die zaterdagmiddag in Ulm samen met de Duitsers de overwinning van de Mannschaft op Argentinië te vieren. Slapen zou ik wel doen in de nachttrein terug naar Amsterdam. De volgende dag kreeg ik een mailtje van de organisatie met een oorkonde en de gelukwensen omdat ik 3e bij de M55 geworden was.
Deze 2e editie van de Lange Laufnacht was een perfect georganiseerd evenement, en daarmee wil ik op mijn beurt de organisatie gelukwensen.
Laufnacht Ulm
100 km
12:48:50
gemiddeld 7,804 km/uur
Doorkomst 20 km 2:20:25
Doorkomst 50 km 5:56:30
Doorkomst 80 km 9:39:03
78 van 134 (solo 100km)
72 van 119 (Heren solo 100km)
3 van 10 (M55)
Startnummer 67
Vuurwerkshow vlak voor de start
De start
Op de atletiekbaan van Erbach (20 km)
Finish op de atletiekbaan in Blaustein
Zaterdag 19 juni 2010
Geslaagd!
Wanneer iemand zichzelf een ultraloper mag noemen is onderwerp van een eeuwigdurende discussie. Is het iemand die afstanden loopt die langer zijn dan 42,195 kilometer, iemand die elke twee weken een marathon of langer loopt, iemand die lange trails door de bergen loopt, iemand die 140 rondjes op een baantje van 400 meter loopt, iemand die in 6, 12, 24 of zelfs 48 uur een zo lang mogelijke afstand probeert af te leggen, iemand die 400 kilometer in zes opeenvolgende dagen loopt? Of iemand die dit allemaal een keer gedaan heeft? Niemand die het kan (of mag?) zeggen.
Eén van de talloze definities van 'ultraloper zijn' is dat je een 100 km moet hebben gelopen. Volgens die definitie heb ik op 19 juni 2010 mijn diploma 'Ultraloper' gehaald. Want tijdens de 12 uur van den Haag heb ik een afstand van ruim 104 km afgelegd.
Het weer was in mijn voordeel, lekker fris met af en toe verkoelende buitjes (hoewel het soms wel erg fris was…). De 12 uurs loop bij Haag Atletiek is altijd een gezellig evenement, dat deze keer een oranje tintje had omdat ’s middags Nederland-Japan werd gespeeld. Op een groot scherm in de kantine was dat te volgen, mede waardoor er een flinke toeloop van (loop- of voetbal?)supporters was. Zelf heb ik niet veel van de wedstrijd gezien, want ik 'moest' van 9 uur ’s ochtends tot 9 uur ’s avonds rondjes lopen.
Het waren best leuke rondjes, deels binnen het (van feestelijkheden bruisende) terrein van de atletiekbaan, deels daarbuiten over de Laan van Poot en door het duingebied (de baan ligt net ten zuiden van Scheveningen, vlak tegen de duinen aan). Op het duinpad moest er een beetje geklommen worden, en als je een zijpaadje opliep kon je de zee zien. De aanmoedigingen en toejuichingen van het publiek waren de hele dag een extra stimulans om door te zetten. Dat kostte niet eens veel moeite, ik heb nergens hoeven wandelen en had na twaalf uur het gevoel dat ik nog wel een paar rondjes aankon.
Ik ben wel weer te snel begonnen. Tot en met de 14e ronde liep ik regelmatig rondegemiddelden van 10,5 km/uur. Dat werd mede veroorzaakt door de estafettelopers (er waren veel meer estafetteteams dan sololopers) die natuurlijk voluit gingen. Onwillekeurig wil je daar dan achteraan gaan. Gelukkig werd ik op tijd aangesproken door de mij van eerdere lopen al bekende ervaren ultraloper Jean-Pierre Gendrault die vroeg wat mijn doel was. ‘100 km uitlopen’, was mijn antwoord. ‘Als je zo doorgaat worden het er wel 120’, zei hij. Toen schrok ik en ben een paar rondjes samen met hem op gaan lopen in een veel rustiger tempo. Al pratend kwam ik er achter dat hij een in Nederland wonende koordirigent is met de Franse nationaliteit. Na de 12 uur van vandaag zou hij zondagochtend vroeg voor het (kerk)koor moeten staan! Een wonderlijke combinatie. Helaas had hij zijn dag niet (nog niet voldoende hersteld van de vorige loop waar hij 1e werd) en is hij er na ongeveer 70 km uitgestapt. Ook dat is ervaring, weten wanneer je 'stop' moet zeggen.
Toen ik aan het wat lagere tempo (9,5 km/uur) gewend was heb ik dat proberen vast te houden (dus niet weer te snel gaan). Uiteindelijk zakte het natuurlijk nog wat verder terug, richting de 9 km/uur, want een gezegde onder ultralopers is ‘De helft van 100 is 60’. Na 6 uur had ik ruim 56 km afgelegd, dus dat zat qua tempo wel goed.
Vanzelfsprekend heb ik ook een paar wat langere stops van ca. 5 minuten ingelast (kopje koffie in de kantine met een blik op de verrichtingen van het Nederlands elftal) en een praatje met mijn in Den Haag wonende broer die ook was komen aanmoedigen. Zo kwam het dat ik de 100 km net binnen de 11:30 passeerde. Misschien geen super-tijd, maar mijn tevredenheid is er niet minder om.
Els Anegarn was de enige vrouw die de 12 uur heeft uitgelopen. Na 100 km vond zij het welletjes en stopte er mee. Ze staat inmiddels ruimschoots aan de leiding in de Marathon en Ultra cup.
Wat nu rest is een prettige herinnering en een vermoeid lijf. Zoals het hoort. Wat niet zo hoort, is dat ik er ook... kiespijn aan over heb gehouden en een pijnlijk gehemelte. Waarschijnlijk is dat uitgedroogd door het langdurig met de mond open lopen. Strange.
Ik heb altijd met groot ontzag opgezien tegen degenen die 'zo maar' 12 uur konden lopen. Dat doe ik nog steeds, ook al heb ik het nu zelf een keer gedaan en heb ik ervaren dat het, met de juiste instelling en voorbereiding en op het juiste moment, heel goed te doen is. Lichaam en geest zijn perfect in staat om te leren dit soort ultralange afstanden zonder complicaties te overbruggen.
12:00:00 (doorkomst 11:57:04)
104048 meter
gemiddeld 8,706 km/uur
56 ronden (1858 m)
Doorkomst 50,17 km 05:27:06 (9,491 km/uur)
Doorkomst 100,33 km 11:30:40 (8,982 km/uur)
6 van 15 (solo overall)
Startnummer 12 (toepasselijk voor een eerste 12-uursloop)
Met Jean-Pierre Gendrault (met dank aan Henk Derks)
Met Jean-Pierre Gendrault (met dank aan Henk Derks)
Op het duinpad, lekker koel
Finish na 12 uur lopen
Zaterdag 29 mei 2010
674 meter
Zo te zien was de dip hier in volle gang
Dit ziet er alweer wat beter uit
En weer lag er een PR voor het grijpen! Als mijn arm 674 meter lang was geweest dan had ik het nog te pakken gehad ook. Na de 62,5 km gedurende de eerste 6 uur van wat twee weken geleden een 100 km had moeten worden leek een afstandsverbetering tijdens de 6 uur van de Haarlemmermeer voor de hand te liggen. Ik hoefde mijn krachten tenslotte over 'maar' 6 uur te verdelen en niet over 100 km.
Ik had er echt zin in. Een mooi parcours, lekker dicht bij huis en goede herinneringen aan vorig jaar. De Zuid Tangent zou mij na een ritje van 20 minuten pal voor de Expo op het voormalige Floriadeterrein afzetten. De chauffeur zat kennelijk te slapen en negeerde het rood oplichtende STOP signaal nadat ik op het knopje had gedrukt. Hij stoof de halte bij de Expo voorbij (volgens hem stapt daar bijna nooit iemand in of uit en had ik hem van tevoren even moeten waarschuwen. Tsja, die Zuid Tangent toch, de krant staat er vol van). Dus moest ik bij de volgende halte 10 minuten wachten op de bus uit de tegenovergestelde richting. Gelukkig had ik tijd genoeg. In die bus werd ik begroet door Els Annegarn en Jean-Pierre Gendrault (die beiden hoog genoteerd staan in de Marathon en Ultracup en daarom wel aanwezig moésten zijn; niet dat het overigens een straf was voor deze bijna-alles lopers. Ze hadden met Pinksteren nog de 115 km lange Piste des Seigneurs in de Ardennen gelopen, petje af!).
In de enorme Expohal trof ik Paul Kamphuis aan die ik ontmoet had bij de Highland Fling. Voor hem zou het een training worden voor de komende West Highland way race over 153 km. Ja, in vergelijking met al die kanonnen ben ik maar een heel bescheiden ultralopertje... Overigens maakte Paul op zijn 'training' een mooie 62 km vol. Ook Rinus was er, op de motor uit Heemskerk gekomen en eigenlijk nog aan het herstellen van zijn ruim 150 km tijdens de 24 uur van Steenbergen. Rinus heeft zichzelf overtroffen met een mooie 60 km (inclusief omweg naar het toilet aan de andere kant van de hal).
In tegenstelling tot vorig jaar vonden de doorkomsten in het overdekte gedeelte van de hal plaats, omdat de mensen van de organisatie toen erg veel last hadden van de tochtige wind onder het open afdak aan de buitenzijde van de hal. Ook dit jaar stond de wind weer stevig door, nu echter uit de tegenovergestelde richting. Het was geen ideaal loopweer; hoge luchtvochtigheid en vanaf 12 uur snel oplopende temperaturen. In de zon en met wind mee toch al gauw boven de 20C. Tijdens het lopen voelt dat aan als 25C. Gelukkig waren er op het mooie, afwisselende rondje van 2240 meter ook meer beschaduwde stukken waar de wind over het water van de plassen streek. In dat rondje zaten drie stukken waar geklommen moest worden: een gemeen bruggetje, de aanloop naar de Big Spotters Hill en de opgang naar de Expo. Vooral het tweede klimmetje was stevig; daar moest ik na 50 km dan ook steeds even op wandeltempo overschakelen.
Zoals gezegd is het nipt geen PR geworden. In de eerste 4 uur liep ik al ruim 44 km vol, dus dat zag er veelbelovend uit (eerste 10 km in 11,5 km/uur gemiddeld). Toen sloeg de warmte toe. IK KAN GEWOON NIET TEGEN WARMTE. Of ik nou veel of weinig drink en eet, het maakt allemaal niet uit. Zodra de gevoelstemperatuur in de buurt van de 23C komt voel ik mijn krachten wegebben. Geen idee waar dat aan ligt. Dus ging na vier en een half uur lopen het lichtje uit. De 50 km liep ik nog in 5 uur, maar de pauzes werden steeds langer (ik ben net als Rinus naar het toilet geweest; in mijn geval omdat daar zo'n heerlijk koel waterkraantje was; dat echter twee keer en dat kostte weer zo'n 5 minuten en 200 meter). Ook heb ik mezelf een paar minuten op mijn rug uitgestrekt, buiten het zicht van de lopers en het publiek in een schaduwrijk bosje. Niets hielp. Ik had zelfs de hoop om de 60 km te halen al opgegeven; zo rond de 52 km was het dieptepunt. Toen kwamen de langverwachte fronten van een naderende Schotse depressie mij te hulp (leve het Highland Fling T-shirt dat ik droeg). De zon verdween achter de wolken en de wind trok aan. En wég was mijn dip: alsof de boosters aangezet waren kon ik zomaar weer een tempo van 11 per uur oppakken en haalde ik Rinus die me tijdens de dip ruimschoots gepasseerd was, weer in. In de laatste twee ronden kon ik zelfs mede-Haarlemmer en CnR-er Henk Derks, die afstevende op een prachtige tweede plaats en 72 km, in het kielzog blijven. Ja, als, als... Als die opleving maar iets eerder was gekomen dán zou het een PR geworden zijn. Maar ach, ook zonder dat PR kan ik toch met een tevreden gevoel terugblikken. Het te boven komen van een dip voelt toch altijd een beetje als een overwinning.
60640 meter
6:00:00
10,151 km/uur
M50 10e van 26
Individueel overall 16e van 42
Startnummer 54 (!)
Langs de vijver in het zonnetje
Het klimmetje naar de Expo
Toch kan er nog wel een lachje af
Want de motor is weer aangeslagen
Zaterdag 15 mei 2010
Op is Op. Self Transcendence of stukgaan?
Aan het eten lag het niet
Winnaar Martijn Biesmans
Ik heb vandaag weer veel geleerd.
1. Aan een 100 km moet je alleen beginnen als je 100% 'determined' bent. Anders kom je niet door de onvermijdelijke inzinkingen heen. Vandaag was ik helaas maar 73% determined.
2. Je moet, wil je een 100 km uitlopen, niet en passant een officieus PR op zowel de 50 km als op de 6 uur gaan binnenslepen.
3. Dat het niet lag aan het ontbreken van support. De organisatie was onwaarschijnlijk enthousiast, bij elke doorkomst werd je met applaus verwelkomd. De zaterdag-traininingsgroep van Kombijsport onder leiding van Els Raap heeft me een hele ronde vergezeld. Jannet Lange en Selim Ilkin hebben geprobeerd om mij door mijn 70 km dip heen te slepen, maar het mocht niet meer baten. Net als een ezel: hoe harder je er aan gaat trekken, hoe steviger hij zijn hoeven in de grond drukt.
4. Het parcours van de Self Transcendence 100km loop in het Amsterdamse Bos is echt schitterend en het Sri Chinmoy marathonteam van Nitish Zuidema is echt super.
5. Op 25 september ga ik de Self Transcendence 6 uursloop op hetzelfde parcours doen.
6. Ik ga die 100 km een keer volbrengen, maar dan wel in een grote landschapsloop.
7. En dan niet nadat ik de maand ervoor twee 80-plussers heb gelopen.
8. Stuk gaan en Self Transcendence staan elkaar niet in de weg; sterker nog: de eerste is een voorwaarde voor de tweede.
Naschrift 16 mei: vandaag was ik weer voldoende 'determined' om er toch nog een '100km weekend' van te maken. Met een stevige duurloop van 30km in 3 uur door o.a. de Kennemerduinen heb ik de ontbrekende kilometers van gisteren aangevuld. Na een week met 124 kilometers is het nu tijd voor een paar rustdagen, want de arme beentjes doen erg zeer en ik heb een flinke blaar.
73,1 km
7:40
9,53 km/uur
Marathon afstand in ca. 3:50
50 km in ca. 4:36 (officieus PR)
ca. 62,5 km in 6 uur (officieus PR)
Na 73,1 km uitgestapt
Heren 3e van 5
Startnummer 144
Zaterdag 24 april 2010
Done and Dusted! De 50e ultra/marathon is een feit.
De Highland Fling is een ultraloop van 53 EM (85 km) langs het zuidelijk deel van de West Highland Way van Milngavie naar Tyndrum. De West Highland Way is een in 1980 geopende, geheel gemarkeerde, lange afstands wandelroute tot aan de voet van de Ben Nevis. Ongeveer de helft van de West Highland Way loopt over oude veedrijverroutes, oude militaire wegen en oude koetswegen, dit zijn meestal goed onderhouden paden. De andere helft bestaat uit drooggevallen bergbeken en rivieren. Deze 'paden' worden gekenmerkt door een mengsel van kiezels, stenen en rotsen waarover de wandelaars zich een weg omhoog of omlaag moeten banen. Met name langs Loch Lomond maakt deze ondergrond de tocht extra zwaar. Met ongeveer 1000 hoogtemeters is het zeker geen vlak traject, waarbij de beklimming van Conic Hill na zo'n 15 km het zwaarst is. Met een kleine 400 individuele lopers en nog een aantal relay teams is de Fling een van de grotere ultra evenementen in Schotland.
De start was bij het spoorwegstation van Milngavie, iets ten noorden van Glasgow. Uitstekend te bereiken met het openbaar vervoer. Vliegen naar Edinburgh (hoewel het door de IJslandse aswolk maar weinig gescheeld had of er was helemaal geen vlucht geweest), trein naar Glasgow Central, dan boemeltje naar Milngavie. Om 8 uur vertrokken van Schiphol, om 15 uur ter plekke, prima dus. Bovendien was er (mits tijdig gereserveerd), logement beschikbaar in de Premier Inn op 10 minuten lopen van de start.
In datzelfde hotel ontmoette ik ultraloper Paul Kamphuis, de enige andere deelnemer uit Nederland. Uit België deden Dirk Verbiest en Wouter Hamelinck mee. De laatste wist op een 7e plaats te eindigen in 09:02:03 . Dat was voor mij niet weggelegd, maar ik was toch heel gelukkig met mijn 191e plaats in 12:30:39. Want het was zwaar, heel zwaar. De onverwachte warmte gedurende de middag zal ook wel een duit in het zakje hebben gedaan. De limiet was gelukkig best ruim: van 13 uur voor de 'jonkies' tot 15 uur voor de 'super vets'. Van de 343 ingeschreven lopers zijn er 305 gestart, waarvan er 271 gefinished zijn. Volgend de organisatie is dat een Engels deelnemersrecord voor een Ultra race.
Iedereen moest zorg dragen voor zijn eigen bevoorrading in de vorm van 'drop bags' die op bepaalde punten langs de route gedeponeerd zouden worden. De organisatie zorgde alleen voor water. De afstand tussen deze punten was ongeveer 7 mijl, alleen de eerste en laatste etappe waren langer: 19 respectievelijk 13 mijl. Een camelbackje met wat extra vocht en proviand was dus echt wel nodig. Er was wat consternatie toen niet alle auto's waarbij de dropbags voor de start moesten worden ingeleverd aanwezig bleken te zijn. Een kwartier voor de start was dat dan toch nog geregeld.
De start van de Male Super Vets (58 lopers) en de Females (70 loopsters) was om 0600. Na een korte briefing moest iedereen zich onder een viaduct opstellen. Nogal komisch waren de meisjes die met tussenafstanden van zo'n 20 meter (!) bordjes omhoog hielden met daarop de teksten 'Sub 13 hours', 'Sub 12 hours' en 'Sub 11 hours'. De snelle lopers vooraan, zal de gedachte geweest zijn. Maar wat een onzin als je bedenkt hoe het veld zich zal verspreiden in de loop van die 85 km! Hoewel… Na 300 meter was er een eerste klimmetje en toen begon een grote groep al meteen te wandelen wat een behoorlijke file veroorzaakte.
De eerste etappe van bijna 32 km voerde ons naar de oevers van Loch Lomond. Dit meer is ongeveer 37 km lang en tot 8 km breed en is daarmee qua oppervlakte het grootste meer van Schotland. De eerste 20 km gingen door mistig laagland met schapenweiden, geflankeerd door heuvels. De belangrijkste hindernis werd gevormd door de talloze klaphekjes die je moest passeren. Deze hadden verschillende mechanismen voor openen en sluiten, zodat het een studie op zichzelf was om daar een beetje efficiënt langs te komen. Voordat we bij het meer konden komen moesten we eerst over de top van Conic Hill. Met zijn hoogte van 361 meter een hele lastige pukkel. Vooral de steile afdaling naar het meer, dat vrijwel op zeeniveau ligt, over een met rotsblokken bezaaid modderig pad was heftig. Verbazingwekkend met welk een lef sommigen hierlangs naar beneden snelden. Het uitzicht, tussen de optrekkende mistflarden door, over Loch Lomond met zijn talloze eilandjes was echter fenomenaal. De afdaling eindigde in Balmaha, waar de eerste drop bags pick up was. Bij elk van die plaatsten stond er iemand op de uitkijk die het startnummer van de naderende lopers doorschreeuwde zodat iemand anders alvast je tas kon opzoeken en voor je kon klaarhouden zodra je daar arriveerde. Ook hier weer de 'race mentaliteit' van 'geen tijd te verliezen'.
Vanaf dit punt beginnen geologisch gezien de Highlands. De route vervolgde naar Rowardennan (27 mijl). Dit was een prachtig stuk door het Ben Lomond National Park waar de hoogste toppen nog met sneeuw bedekt waren. Langs de oevers van Loch Lomond ging het verder naar Inversnaid (34) en Bein Glas Farm (41 mijl), beide niet meer dan een hotel en wat huisjes aan een baai. Hoewel het idyllisch begon bleek dit later het lastigste stuk van de route te zijn. Het is een slecht onderhouden pad langs hellingen die voornamelijk bestaan uit trappen en treden over grotere en kleinere, door talloze watervalletjes overstroomde en dus soms gevaarlijk gladde rotsblokken langs de steil in het meer afdalende flanken van de Ben Lomond. Bij nat weer is het modderig en het is er erg afgelegen. De verraderlijke boomwortels doen er nog een schepje bovenop, zodat elke stap opperste concentratie vergt. Wel heb je hier mooie vergezichten op de bergen langs de westoever. Ik ben geen held dus liet ik de snelle durfallen maar passeren terwijl ik op mijn achterwerk voorzichtig omlaag schoof. En er maar niet aan denken wat er zou gebeuren als je een misstap maakte en een paar rotsblokken omlaag zou vallen… Snelle hulp hoef je in deze wildernis niet te verwachten.
Bij Bein Glas Farm (65 km) waren we eindelijk verlost van deze paden en lieten we Loch Lomond achter ons. Helaas was toen bij mij het beste er wel van af. De temperatuur was flink opgelopen (zon en 18C tegen 6C en motregen bij de start) en de laatste 20 km gingen over onbeschutte paden door het hoogland. Hier heb ik hele stukken moeten wandelen, alleen de afdalingen kon ik nog in een houterige looppas doen. Maar met stevig doorstappen maak je ook nog ruim 6 km/uur. Ook hier weer mooie uitzichten op de sneeuwbedekte 'munros' zoals de Crianlarich met de Ben More (1174m).
Na me nog dwars door een kudde koeien die het pad blokkeerde gewurmd te hebben (schoenen vol drek) voelde ik me voldoende hersteld om weer hardlooppasjes te gaan doen. De aanblik van de Ben Lui (1130m) kondigde de naderende finish al aan. Ik was zo moe dat ik over bijna elk rotsblok struikelde. 'Niet vallen, niet vallen', riep ik mezelf toe. De verrassing werd gevormd door een eenzame doedelzakspeler in kilt die vanaf een heuvel honderd meter voor de finish iedere loper verwelkomde met een hoog piepend deuntje. Door die verrassing lette ik echter even niet op en het onvermijdelijke gebeurde dan toch nog: ik ging languit tegen de vlakte terwijl de Schot stoïcijns doorspeelde. Ik stond echter snel weer op en tot grote hilariteit van de omstanders die eerst nogal geschrokken waren haalde ik mijn camera te voorschijn om een foto van het finishdoek te maken. Daar kwam ik verschillende lopers tegen met bebloede ellebogen en knieën, dus blijkbaar was ik niet de enige die de Schotse bodem gekust had. De warme 'stove' (een soort ragout) na de finish smaakte uitstekend. Het koude biertje dat werd uitgereikt heb ik na mijn ervaring bij 'Limburgs zwaarste' echter maar laten staan. En de fles mousserende witte wijn met het speciale label 'Montane 53 mile Ultra Race: Done & Dusted' heb ik mee naar huis genomen. De volgende ochtend bij het ontbijt heb ik samen met Paul alles nog eens de revue laten passeren en daarbij weer veel geleerd van de ervaring en filosofie van deze Spartathlon en UMTB finisher.
53 EM (85 km)
ca. 2400 hoogtemeters
12:30:39
6,79 km/u
191 van 271 finishers
Male Super Vets 38 van 57 finishers
Startnummer 202
Woensdag 13 april 2010
Upgrade-PR op de 5000m baan!
Nou ja, dat is toch niet te geloven? 'Voor de lol', zonder enige verwachtingen, heb ik meegedaan aan de onderlinge 5000m baanwedstrijd van mijn AV Kombijsport . Anderhalve week na de JKM en zonder enige noemenswaardige snelheidstraining had ik verwacht er zo'n 23 minuten over te doen. Ik ging heel relaxed en rustig van start, liet me naar de achterkant van het lopersveld afzakken en probeerde er van te genieten. Maar elke ronde ging het sneller. De een na de ander haalde ik in en toen was de beer los. Ik kreeg d'r zin an!!! Door elke ronde een beetje te versnellen kwam ik in 21:00 over de finish. 14,3 km/uur gemiddeld! Dat ik dat nog in me heb! Als ik niet zo langzaam van start was gegaan had het nog wel ruim 10 seconden sneller gekund. Het mooiste is echter dat mij WAVA upgrade tijd (gecorrigeerd naar een leeftijd onder de 30 jaar) 17:51 bedraagt en dat is een PR!!! Leuk voor de statistieken en een bevestiging van mijn vorm, maar dat gaat nog niet betekenen dat ik vanaf nu weer op snelheid ga trainen. Nee, het accent blijft liggen op de LSD en de fartlektrainingen in de Kennemerduinen.
Maar ik ga ook weer af een toe baanwedstrijdjes doen!
Zaterdag 3 april 2010
Vleugels op het strand
80,5 km in 8:05. Wat een mooi verjaardagscadeau!
Op zaterdag voor Pasen heb ik de halve Jan Knippenberg Memorial gelopen. Deze langste strandloop ter wereld wordt eens in de twee jaar gehouden ter herdenking van een van de pioniers van het ultralopen in Nederland, Jan Knippenberg.
De hele editie is 161 km (100 EM) van Vlaardingen naar Den Helder. 19 lopers, die zich eerst hebben moeten kwalificeren door een 100 km binnen een bepaalde tijd te lopen (ik dacht 9:30) , zijn daar vrijdagavond om 2200 gestart. 11 van hen hebben de finish gehaald in tijden die liggen tussen de 15 en 17 uur. De halve JKM (80,5 km) startte zaterdagochtend om 9:30 in IJmuiden en finishte ook in Den Helder. Hier gingen 46 deelnemers van start, waarvan er 30 op tijd gefinished zijn.
De JKM is geen landschapsloop maar een echte ultra wedstrijd. De limiet voor de hele is gesteld op 20 uur en voor de halve op 9:30.
Het was een enorme belevenis, mede door de uitstraling van de 100 EM die natuurlijk de nodige aandacht trok.
Het startschot voor de halve JKM werd gegeven door Ron Teunisse, vriend en loopmaat van Jan Knippenberg. De logistieke organisatie en de begeleiding waren in handen van de Koninklijke Marine en die hebben dat met militair vakmanschap uitgevoerd. De posten onderweg, de mobiele ondersteuning (rupsvoertuigen op het strand), de coördinatie en de verzorging bij de aankomst op Fort Erfprins, allemaal dik in orde. Vooral de aankomst was indrukwekkend: via een haag van mariniers naar het monument op Fort Erfprins bij Huisduinen, waar we een medaille kregen omgehangen door de weduwe van Jan Knippenberg en een persoonlijke handdruk van de commandant. Dat doet je toch wel wat. Iedere finisher kreeg een marinier toegewezen als persoonlijke begeleider die je een deken omhing, je tas droeg en naar de kleedkamers begeleidde.
De zwaarte van deze loop zat hem niet in het terrein. Wind mee en een mooi vlak strand; goede temperatuur en een spatje regen.
Nee, het was vooral psychisch zwaar. Op de eerste 18 km na, waarbij we een ronde via de sluizen van IJmuiden, Velsen Noord en Wijk aan Zee moesten lopen om het Corus terrein te omzeilen was het één lange rechte lijn. Links de zee, rechts de duinenrij met af en toe in aanbouw zijnde strandpaviljoens. Je kon niet naar links noch naar rechts, alsof je door een eindeloze tunnel liep. Een bijna claustrofobische en ook bijzonder eenzame ervaring. Gedurende de nacht heeft dat op de 100 EM tot bijna mystieke taferelen geleid, waarbij goed getrainde en gerenommeerde ultralopers het behoorlijk te kwaad kregen (lees bijvoorbeeld het verslag van Henk Geilen van zijn eerste DNF ooit. En wat te denken van Arie Froberg die als training in zijn eentje 70 km door de winternacht gelopen heeft.
In de verte doemt een vuurtoren of een gebouw op en dan denk je, ha, daar is Schoorl, of Egmond, of Petten, of Callantsoog al. Maar hoe je ook je best doet, het lijkt maar niet dichterbij te komen. Alsof het allemaal voor je uit snelt.
De Lange Jaap (vuurtoren bij Huisduinen, waar ongeveer de finish was), kon je al op ruim 20 km afstand zien. Dan is het dus nog 2 uur lopen voor je daar bent. In de loop van de dag werd het drukker op het strand. Maar er is een barriere tussen jou als loper en die mensen. Er is geen uitwisseling, geen contact. Als een geest ga je in een andere dimensie tussen hen door. Soms twijfel je er aan of het hondenuitlatende publiek en de gezinnetjes met balletjetrappende kinderen je wel zien. Een wat oudere vrouw stapte bij de post in Egmond op een van de mariniers af met de vraag 'wat gebeurt hier?' Netjes antwoorde de militair die in camouflagepak bij de legerjeep met proviand stond: 'We ondersteunen ultralopers die van Vlaardingen naar - en hij wees in de verte waar het strand in een mist van motregen verdween - naar Den Helder, zo'n 160 kilometer'. 'O', zei die mevrouw, 'dat is wel vér zeg!' en zette haar wandeling voort. Een kloof tussen jou en al die mensen. Alleen de natuur, de zee, de duinen, de meeuwen en de wolken, die begrijpen je wel.
De Hondsbossche en Pettermer Zeewering bij Petten (zie foto) vormde een 6 km lange kunstmatige onderbreking van het strand. Tussen 60 en 70 km ging het wat moeilijker. Gelukkig kwam ik daar ultraloper Cor Butter (Grand Raid Reunion 2005 in 53 uur) tegen, die een stukje met me opliep. Hij wist me weer op gang te krijgen. Het laatste stuk vóór de bocht naar rechts bij Huisduinen was erg zwaar. Zandribbels met daartussen diepe plassen met zout water.
Eindelijk liep het strand ten einde en ging over in een geasfalteerde dijk, die echter schuin afliep, wat de loopbeweging erg hinderde.Toen we de ingang van Fort Erfprins passeerden mochten we niet rechtsaf de poort in, maar moesten we nog 3 km over de dijk doorlopen richting TESO. Daar was een keerpunt en toen nog 3 km terug met wind tegen naar de finish. Ook dat was mentaal zwaar.
Maar zoals gezegd maakte de entourage van finishlocatie alles weer goed en is het een mooie gedachte om in de herinnering aan Jan Knippenberg gelopen te hebben.
Gelukkig herstelde ik snel en deden de problemen die na Limburgs Zwaarste roet in het eten strooiden zich niet voor. Wel een paar blaren door zeewater in mijn schoenen.